woensdag 16 april 2014

Digitale onderwijswereld in Zweden: Column 39 Friesch Dagblad

A.s. vrijdag verschijnt nr. 40, maar nu eerst nog de tekst van column nr. 39, over de digitale onderwijswereld...


Aap noot mies

De mensen die leerden lezen met deze woorden, gingen in een heel andere tijd naar school dan de leerlingen van tegenwoordig, die bijna alles met of met behulp van de computer leren. In de meeste Nederlandse basisscholen is het krijtbord allang vervangen door de digitale versie en gebruik van tablets in de klas is heel normaal. Hier lijkt dat toch een beetje anders. Niet dat je daar terug moeten denken tot aan de aap-noot-mies-tijd, maar hier en daar blijft de digitale wereld wel wat achter. Op één van de basisscholen in de stad hangt in de meeste lokalen een beamer, die aan een computer kan worden gekoppeld, zodat het vertonen van filmpjes op internet of het houden van een powerpointpresentatie prima mogelijk is. Digitale schoolborden kennen ze daar echter niet. In plaats daarvan maakt de leerkracht gebruik van een whiteboard met stiften.
Ook voor de leerlingen zijn er weinig digitale leermogelijkheden. In sommige lokalen is een leerlingencomputer beschikbaar, maar met 28 leerlingen is dat lastig werken! Gelukkig hebben wel bijna alle leerlingen een mobiele telefoon met internettoegang, dus als er iets opgezocht moet worden, kunnen ze daar dankbaar gebruik maken. Behalve de karigheid in digitale leer- en hulpmiddelen laat ook de aanwezigheid van de ‘ouderwetse’ leerboeken door geldgebrek ernstig te wensen over. In februari konden we lezen dat Zweden zich zorgen maakt over de achteruitgang van de kwaliteit van het onderwijs in de ‘grundskola’, zoals de basisschool hier wordt genoemd. Wat daar precies de oorzaak van is, wordt op dit moment driftig onderzocht.
Behalve de matige hoeveelheid en kwaliteit van de onderwijsleermiddelen kan het Zweedse onderwijssysteem daar ook een rol in spelen. In tegenstelling tot Nederland kent men in Zweden niet de verschillende vormen van speciaal onderwijs. Hier bestaat alleen het fenomeen ‘särskola’, waar kinderen met een ernstige lichamelijke handicap of een zeer grote ontwikkelingsachterstand terechtkomen. Alle andere leerlingen gaan, ongeacht de mate van leer- en of gedragsproblemen, naar de grundskola. Deze begint met klas 1, als de kinderen een jaar of zes zijn, vergelijkbaar met groep 3 in Nederland. Vervolgens duurt de grundskola negen jaar en zwaaien de leerlingen af als ze vijftien of zestien jaar oud zijn. Al die tijd zitten ze dus met dezelfde leerlingen in een klas, ongeacht leerniveau of sociaal-emotionele vaardigheden. En de Zweden zijn gewend om klassikaal les te geven, met als gevolg dat alle leerlingen dezelfde leerinhoud krijgen aangeboden, of ze het nu kunnen of niet. Net als in Nederland zijn ook hier de klassen behoorlijk vol en is het hard werken voor de leerkrachten om iedereen ‘erbij te krijgen’.
Wat zouden de Zweden hun ogen uitkijken als ze eens een kijkje in de Nederlandse onderwijskeuken zouden kunnen nemen. Want ook al is het dan geen aap noot mies, een digitale impuls zou zo gek niet zijn!

Roel Heidema
www.vilasig.com

vrijdag 11 april 2014

Column nr 38 Friesch Dagblad

We voelen ons nog steeds bofkonten. Vandaar voor de 2e keer deze titel, in de 38e column in het Friesch Dagblad:


Bofkonten 2

Na de nodige tijd van voorbereidingen in Nederland met betrekking tot de realisatie van het emigreren naar Zweden, zit ik sinds februari 2013 op onze nieuwe stek.
Om na een jaar de balans op te maken is niet een verkeerde zaak. De tijd gaat al ontzettend snel, maar als je je in een avontuur stort lijkt het of de klok sneller draait dan zestig seconden in een minuut. Ondanks het vergaren van de nodige informatie en al het geregel wat komt kijken bij het verhuizen naar een ander land, kom je niet bepaald in een gespreid bedje. Gelukkig vertrokken we niet uit Nederland met frustraties en zorgen. De reden waarom we graag naar Zweden wilden was goed gemotiveerd, iedereen die ons dierbaar is lieten we achter in de wetenschap dat ze het goed hebben en ook voor ons huis vonden we een prima oplossing.
Eenmaal in Zweden is één van de eerste zaken het leren van de taal. Beheers je die niet dan heb je niets te zoeken op de Zweedse arbeidsmarkt. Het vinden van een baan vanuit Nederland is eigenlijk geen optie. Steevast kreeg ik te horen van potentiële werkgevers dat ik eerst maar naar school moest en dan kon ik terug komen. Ook het definitief gevestigd zijn is voor veel bedrijven voorwaarde. Best wel logisch natuurlijk dat je de taal moet spreken want als toerist kun je je best redden met de Engelse taal, maar wil je wonen en werken in een ander land waar Nederlands niet de voertaal is, dan is het devies: studeren! Elke dag naar school en met je neus in de studieboeken. Voornamelijk om de spreek- en schrijftaal te leren, want een inburgeringcursus kennen ze hier gelukkig niet. Al doende steek je van de cultuur ook voldoende op. In tussentijd tikt het klokje wel verder en raakt het nodige spaargeld op.
Toen kwam het moment dat we een moeilijke beslissing moesten nemen. Eén van beide moest terug naar Nederland om voor de nodige inkomsten te gaan zorgen. Voordat de buidel leeg raakt moet je maatregelen treffen. Dat was geen leuke periode om “gedwongen” gescheiden te moeten leven, maar nood breekt wet en we wisten waar we het voor deden. Ik bleef in Zweden om hier poot aan de grond te krijgen en mijn betere helft ging terug naar Nederland om daar haar oude vak weer op te pakken. Na zeven maanden van hard werken en afzien konden we eindelijk beslissen om beide hier een bestaan op te bouwen. Inmiddels waren we de Zweedse taal zo eigen dat we ons er behoorlijk in konden redden. Al dat studeren en gewoon de confrontatie aangaan met onze nieuwe landgenoten heeft uiteindelijk geresulteerd in een ,voor ons beide, betaalde baan!
De zorgen om de maandelijkse inkomsten zijn definitief voorbij.
Geluk moet je af en toe hebben in het leven; bofkonten!

Roel Heidema
www.vilasig.com

Column 37 Friesch Dagblad

We zijn nog steeds druk bezig met het schrijven van columns. Hierbij de tekst van nr. 37:

Bofkonten

Wij wonen in een, zo geheten, buitengebied. Dat betekent niet dat we in de rimboe zitten of zo afgelegen dat je eerst een half uur moet rijden voor je in de bewoonde wereld bent, maar voor ons een ideaal plekje. Zo´n anderhalve kilometer van het dorp en vijftien kilometer van “de grote stad”. In ons dorp Ljusne is gelukkig nog een supermarktje en een gezondheidscentrum. Ook twee kapperszaken en twee pizzeria’s en een grote ijshal maken het relatief kleine dorpje goed leefbaar.
In Söderhamn vind je eigenlijk alles wat je hebben moet. Toen we voor de allereerste keer naar het huis reden wat we nu bewonen, kwamen we ’s avonds om een uur of elf aan. Het was donker en hadden geen idee hoe het huis gesitueerd lag. Na die nacht onrustig geslapen te hebben ondanks de vermoeidheid van de lange autorit (1700 km), gingen we ons de volgende ochtend oriënteren op onze nieuwe leefplek.
Een voor ons ideale woonomgeving. Volledige vrijheid, heel aardige buren die op een paar honderd meter bij ons vandaan zitten, in een prachtige natuur en toch vlakbij het dorp en de stad. Wij hebben van niemand last, en niemand heeft last van ons. Wij wonen hier nu één jaar (van de eerstvolgende vijftig) en hebben in dat jaar niet naar de televisie gekeken. We hebben wel TV maar die was niet aangesloten.
Dat heeft te maken met dat buitengebied. Veel kabels van elektriciteit en telefoon gaan hier met bovenleidingen. Dat is gemakkelijker aan te leggen dan ondergronds.
De bodem is hier niet zoals in Friesland sompige klei waar je makkelijk een graafmachientje op zet om een geul te graven. Veel stenen en keien met groottes die je niet zomaar verplaatst, maken de aanleg van een glasvezelkabel moeizaam tot onmogelijk. Eerlijk gezegd hadden we ook geen behoefte aan TV kijken.
Toch hebben we besloten om de schotel (parabool antenne) aan te laten sluiten.
Via een modem kunnen we nu talrijke Zweedse en buitenlandse kanalen ontvangen.
We hebben deze week voor het eerst weer een potje Engels voetbal gekeken en ook de motoren en de Formule 1 racers komen weer voorbij. Behalve dat het leuk entertainment is, is het ook heel leerzaam om de Zweeds taal beter te ontwikkelen.
Engels of Zweeds gesproken programma’s met Zweedse ondertiteling, zorgen dat je elke dag weer nieuwe woorden bijleert. Door het gebrek aan glasvezel waren we ook genoodzaakt om de computer via een dongel te sturen. In de eerste plaats is dat vrij duur want je koopt elke week of maand een kaartje in de supermarkt om de dongel te laden. In de tweede plaats is een dongel traag en storingsgevoelig, maar we hebben ons er goed mee kunnen redden. Sinds vorige week gaat het internet nu via een ADSL lijn. Een stuk goedkoper, weinig storing en vooral het skypen met het thuisfront gaat zonder kunst en vliegwerk. Dat is toch boffen, toch……..!?!

Roel Heidema

zondag 23 maart 2014

Column 36 Friesch Dagblad

Afgelopen vrijdag nr. 36 in de 'vervolgserie' in het Friesch Dagblad:


Verkeren

Dat het kan verkeren, blijkt maar eens weer. Schreef ik vorige week nog vol goede moed over de naderende lentetijd, de afgelopen dagen is die “goede moed” danig de grond in geslagen. Vijf dagen geleden zat ik nog in een tuinstoel te midden van de ontluikende sneeuwklokjes, narcissen en tulpen, vandaag sta ik weer tot aan mijn oksels in de sneeuw om het toegangspad begaanbaar te maken. De tuinstoelen zijn weer verruild voor de sneeuwscheppen en de laarzen. Mijn uit Nederland meegebrachte klompen kan ik niet meer gebruiken, want bij elke stap groei ik een paar centimeter door de plakkerige sneeuw. Afgezien van mijn hoogtevrees is het ook onverstandig om die typisch Hollandse dracht te dragen want het zijn nu enkelbrekers. De omschakeling van premature lentetemperaturen van 15 à 16 graden Celsius, naar winterse kou van min 6 tot min 10 is ook vrij groot.
De natuur, die zich klaarblijkelijk vergist, maakt het zichzelf ook niet makkelijk.
Alle lentepracht die zich boven het maaiveld probeert uit te worstelen en de knoppen van de struiken en bomen, worden nu bedekt met een dikke laag sneeuw.
Het zal mij benieuwen hoe dat weer te voorschijn komt als de sneeuw werkelijk definitief verdwijnt dit jaar. Dat kan nog wel even duren want de maand maart blijft zijn staart roeren en ook april gaat doen wat hij wil, zo is de weersverwachting.
Toen de weergoden ons vorige week op het verkeerde been zetten, kon je duidelijk zien en merken welke schade zo’n winterperiode aanbrengt aan de wegen.
Door opvriezen, opdooien en daarna weer bevriezen heeft het wegdek zeer te lijden.
Onverwachte gaten en kuilen maken dat je extra voorzichtig moet zijn.
Menig automobilist ziet zo’n omgekeerd obstakel te laat en een klapband is vaak het gevolg. Hele voorwielophangingen knappen als luciferhoutjes af, waarbij het voorwiel nog aan de remslang verbonden blijft met het voertuig. Na een paar dagen worden de wrakken door een ophaaldienst verwijderd. Eigenlijk wel jammer want het doet je eraan herinneren om voorzichtig te zijn. Zo’n wrak heeft meer impact dan tien verkeersborden. Denk nu niet dat ik mij lentegroen en geel zit te ergeren, want temperaturen beneden nul en een pak sneeuw horen bij Zweden. Dat weet je als je naar een Scandinavisch land wilt gaan verhuizen. Kun je niet tegen deze weersomstandigheden vestig je dan in een zuidelijk land met zonovergoten stranden, terrasjes en koele tropische veelkleurige drankjes met rietjes en parasolletjes.
Hier moet je het doen met kou, ijs en sneeuw, maar…… mét Zweedse balletjes.
In de wetenschap dat de zomers hier in midden Zweden droog en warm zijn, blijf ik lekker doorschuiven met de sneeuw. Regelmatig het dak op om de schoorsteen sneeuwvrij te maken omdat anders de houtkachel niet wil trekken en ’s avonds heerlijk genieten van een knapperend haardvuur terwijl de sneeuw en de wind om je huis giert. Ach ja, zo is het leven, maar het kan verkeren……………  

Roel Heidema
www.vilasig-nederlands.webklik.nl

zaterdag 15 maart 2014

Column 35 Friesch Dagblad

Gisteren column nr. 35, over de lente die ook al hier flink haar best doet:


Lente

Ook in Zweden begint de lente op 21 maart, al zou je dat niet direct zeggen.
Het duurt nog zeker een week voordat we de kalendergrens van winter naar lente hebben bereikt. Maar de natuur houdt geen rekening met een mensenkalender.
Na een voor Zweedse begrippen milde winter waarbij de allerlaatste restjes sneeuw nu verdwenen zijn, schieten de krokussen en narcissen en zelfs de Hollandse tulpen de grond uit. Wat ook omhoog schiet zijn de temperaturen. Vijftien graden boven nul waren niet ongewoon deze week. Overdag wordt de houtkachel niet meer gestookt, want de zon neemt die taak over. Hoewel de Zweedse huizen goed geïsoleerd zijn voor lage maar ook hoge temperaturen, dringt de “koperen ploert” al flink je woning binnen. Hij is sterk en prikt op je blote bleke vel. Daar zijn we allemaal wel aan toe.
Toch is de aanblik van de schooljeugd die op het plein speelt met ontblote armen en een korte broek onwerkelijk. De verleiding is echter heel groot en wanneer je de gelegenheid krijgt om in een windstil hoekje van het zonlicht te genieten, neem je die snel te baat. Voor het eerst gaat ook de zonnebril uit en op de koker. De nog in Nederland gekochte bril met Zweedse look doet goede dienst.
Door de wolkenloze hemel heeft de zon vrij spel en vooral bij het autorijden heb ik daar veel profijt van op de Zweedse wegen. De weerspiegeling in de talloze meren en het hete asfalt kan je onverwacht onaangenaam verrassen. Waar je nu ook weer onaangenaam door verrast wordt zijn de overstekende bosbewoners. Zij ontwaken uit hun winterslaap en gaan al verkennend hun spoor weer uitzetten. Bij al dat onderzoekende gesnuffel vergeten ze vaak dat de snelweg een levensgevaarlijk obstakel vormt in hun leefgebied. Hoewel langs bijna alle doorgaande routes het bosrijke gebied met de rijbanen gescheiden zijn middels een gaashek, kan dat niet alle dieren keren. Dode dassen, wasbeertjes en vosjes vinden langs de weg hun trieste einde. “Blijf dan toch ook op je eigen helft” denk ik dan als ik weer zo’n triest hoopje kadaver zie liggen. Tegelijkertijd besef ik dan ook dat ik op hun oorspronkelijke helft rijd met mijn potentieel moordtuig.
Gelukkig is er hier ruimte genoeg voor alles wat groeit en bloeit. De flora en fauna zijn hier redelijk in evenwicht met de schade die de mensheid aanricht. Omgekeerd evenredig heeft dat ook weer te maken met de beschermende maatregelen die diezelfde mensheid neemt om dat evenwicht te bewaren. Eén van die maatregelen is het plaatsen van waarschuwingsborden voor overstekende elanden, maar daarvoor is het nog te vroeg in het seizoen. Die borden blijven roofgoed voor toeristen die zich dit schaamteloos toe-eigenen als souvenir.
Al die vrolijke lentegedachten kregen vandaag een domper toen een collega mij meldde dat we in april nog een best pak sneeuw zullen krijgen………….
Hij kan het weten, hij woont hier al veertig jaar!

Roel Heidema
www.vilasig-nederlands.webklik.nl

maandag 10 maart 2014

Column 34 Friesch Dagblad

En we schrijven maar door! Afgelopen vrijdag nr. 34:
 
 
Onbekend genot

Een vorm van genieten die wij in Nederland niet zo goed kennen zoals de Zweden dat wel doen, is het zitten in een sauna en/of een warm water tobbe. Dit oorspronkelijk Finse gebruik is ooit overgewaaid naar Zweden. Vele zichzelf respecterende Zweden hebben thuis zo’n specifiek genotmiddel. Niet dat het een goedkope hobby is, maar mijn landgenoten vinden het belangrijk genoeg om zoiets aan te schaffen. Behalve de belangrijkheid van het relaxen, is het gebruik van sauna en warm water tobbe ook heel gezond. Door de warmte in een sauna gaan de poriën open staan en door het overmatig zweten komen vele afvalstoffen naar buiten. De temperatuur in een sauna schommelt tussen de zestig en tachtig graden om het gewenste resultaat te hebben. Hot tubs hebben een watertemperatuur van maximaal veertig graden en langer dan tien minuten moet je er eigenlijk niet inzitten. Doe je het toch dan loop je de kans onwel te worden omdat je de eigen lichaamstemperatuur niet meer kwijt kunt. Gezien de relatief hoge aanschafprijs, kun je natuurlijk ook zelf je eigen relaxkeuze bouwen. Een handige doe-het-zelver komt al een heel eind, maar de aggregaten die een sauna en tobbe warm stoken, zijn niet goedkoop. De voorkeur wordt vaak gegeven aan houtgestookte warmtebronnen. Die geven klaarblijkelijk een andere warmte af dan de varianten op elektriciteit. Waar je ook voor kiest, elk aggregaat in een sauna heeft een lading hittebestendige natuurstenen op zich liggen die op gezette tijden met koud water overgoten worden. Het water verdampt acuut en geeft waterdamp af die de luchtvochtigheid reguleert. Een “tunna”, zoals de hot tubs hier worden genoemd, worden ook meestal hout gestookt. In een metalen trommel, met ingang voor houttoevoer en een pijp voor de afvoer van rookgassen, wordt het water warm gestookt. De kachel staat in de tobbe, afgescheiden door een houten wand die de gebruiker behoedt voor derdegraads brandwonden. Helemaal ongevaarlijk is het niet, maar voor de meesten is het een leefstijl geworden en de jonge Zweden groeien met dit fenomeen op.
Wie zich dergelijke luxe niet kan of wil permitteren, komt bijvoorbeeld naar het zwembadencomplex waar ik werk. (www.fjarranhojderbadet.se) Elke dinsdag- en donderdagavond breng ik daar de buitensauna en beide “tunnor” (mv voor “tunna”) op temperatuur. Als er geen ijshockeywedstrijd is, want daar wijkt alles voor, is het altijd druk en gezellig in het “zweethok en beide kookpotten”. Vooral als er sneeuw ligt zijn de Scandinaviërs door het dolle heen. Na maximaal tien minuten springen ze uit het warme water of uit de sauna en hollen en rollen ze door de sneeuw! Dampend als bronstige paarden staan ze dan uit te hijgen met een beker ijskoud water met schijfjes citroen of sinaasappel.
Ik ben er nu wat aan gewend, maar in het begin sta je met je nuchtere Hollandse verstand met open mond te kijken naar dit vermakelijke jolijt.

Roel Heidema
www.vilasig-nederland.webklik.nl    

zondag 2 maart 2014

Column 33 Friesch Dagblad

Afgelopen vrijdag was het alweer de beurt aan column nr. 33 in het Friesch Dagblad:


Verkeersveiligheid

Zweden staat bekend als een land dat verkeersveiligheid hoog in het vaandel heeft.
In de jaren dat veiligheidsgordels in automobielen alleen bestonden uit heupgordels, werd in Zweden de driepuntsgordel al ontwikkeld. Het dragen van gordels was voor vele automobilisten wel even wennen. Men was natuurlijk beperkter in het bewegen, maar het besef dat het dragen van autogordels de veiligheid vergrootte, groeide met de jaren. In mijn dagelijkse rit naar mijn werkgever let ik wel eens op de medeweggebruikers, maar ik heb nog niet één Zweed kunnen betrappen op het niet dragen van deze Zweedse uitvinding. Daarentegen valt de rijstijl van vele Zweden mij wel op. Of het komt doordat het verkeer hier in midden Zweden minder intensief is, men geen gevoel heeft voor het besturen van een auto of het glooiende landschap invloed heeft, ik weet het niet, maar het is anders dan ik gewend ben. Ik houd wel degelijk rekening met dit fenomeen. Een belangrijke verbindingsader in het wegenverkeersnet in Zweden is de E4. Grote gedeelten van dit traject zijn tweebaanswegen met vier rijstroken. Er zijn ook gedeelten waarin wisselend de weg verandert van twee rijstroken naar één rijstrook. Je kunt dus niet overal je voorganger inhalen. Krijg je die kans wel, wat ruim van te voren wordt aangekondigd, mag je toch verwachten dat er eerst in de spiegels gekeken wordt, richting wordt aangegeven en dan de inhaal manoeuvre wordt ingezet. Reken daar lang niet altijd op, want vaak wordt het stuur onverwachts een zwengel naar links gegeven. Dat heeft denk ik toch te maken met de intensiviteit van het verkeer, je hebt snel de indruk dat je alleen op de weg bent. Het glooiende landschap heeft invloed op de afwezigheid van de constante snelheid van voertuigen, ondanks dat veel auto´s zijn uitgevoerd met cruise control. Heuvel op en de snelheid valt weg, heuvel af en de wieldoppen halen je in. Wanneer je keurig met de maximale snelheid van 110 km/uur of op sommige plaatsen 120 km/uur rijdt, rijd je regelmatig een voorganger achterop die een snelheid heeft van soms 60 km/uur! Van zo’n automobilist kun je bijna met honderd procent zekerheid zeggen dat hij zit te bellen met een telefoon in de hand. Waar het in Nederland bij de wet verboden is om te telefoneren tijdens het autorijden, tenzij “hands free”, is het in Zweden nog steeds toegestaan. Vooral als je er op gaat letten zit bijna iedereen te bellen in de auto. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er gelukkig wel een discussie op gang is gekomen om dit “hands held” bellen te verbieden. Men ziet gelukkig in dat de verkeersveiligheid op die manier in gevaar komt. Het zal nog wel enige tijd duren voordat het bij wet bekrachtigd wordt, want in Zweden houdt men niet van veranderingen. Tot die tijd is het voor Hollanders, die het Zweedse rijgedrag nog niet gewend zijn, oppassen geblazen!    

Roel Heidema